Het idee voor de serie ontstond tijdens een toevallige ontmoeting in Leiden. Terwijl Deul werkte aan een boek over Keti Koti, raakten zij en Colmjon in gesprek over zichtbaarheid, verhalen en erfgoed. Al snel groeide het plan om een beeldserie te maken rond mensen die Keti Koti niet alleen herdenken, maar ook letterlijk dragen in hun kleding.
De geportretteerden werden gefotografeerd op locaties in Leiden die verbonden zijn met het koloniale en slavernijverleden van de stad. Daarmee vertelt de serie niet alleen iets over de mensen voor de camera, maar ook over de stad zelf. “We wilden duidelijk maken hoe dat koloniale verleden nog steeds onderdeel is van het leven van specifieke mensen, maar ook van deze stad,” vertelt Deul.
Kleding speelt daarin een centrale rol. Volgens Deul is mode een krachtige vorm van communicatie. “Je kunt er iets mee vertellen over cultuur, identiteit en geschiedenis.” In de serie dragen deelnemers uiteenlopende stijlen: van uitbundige Afro-Surinaamse kleding tot moderne combinaties met sneakers, cargo broeken of hedendaagse silhouetten. Juist die mix laat zien dat deze kledingtradities niet in het verleden zijn blijven steken, maar springlevend zijn.
Fotograaf Colmjon vertelt dat zij tijdens het project vooral ontdekte hoeveel betekenissen verborgen zitten in details van kleding. “Ik ging erin als leek,” zegt ze, “maar ik kwam eruit met veel meer kennis en nieuwsgierigheid.” Vooral de symboliek van kleuren, stoffen en accessoires maakte indruk. Zo dragen veel mensen in de maand voorafgaand aan Keti Koti juist wit, blauw en zwart — kleuren die binnen Afro-Caribische tradities verbonden zijn aan reflectie, spiritualiteit en herdenking.