Naar schatting 70.000 Asmat-mensen wonen in 120 dorpen met 300-2000 inwoners op de zuidkust van de Indonesische provincie Zuid-Papoea in het westelijke deel van het eiland Nieuw-Guinea, volgens Wikipedia. De Asmat kennen taalkundige en culturele verschillen. Het gebied is bedekt met regenwoud, doorsneden door een netwerk van meanderende rivieren. Vervoer, handel en visserij gaan voornamelijk over zee of via de rivieren. Zij leven voornamelijk van jacht, visvangst en verzamelen van voedsel, tegenwoordig aangevuld met opbrengsten uit tuinbouw, loondienst en handel. Vroeger nam het mannenhuis (jeu) een centrale rol in de gemeenschap in om belangrijke beslissingen te nemen, de voorouders te herdenken, en rituele voorwerpen te maken en te bewaren. De gemeenschapshuizen zijn tegenwoordig toegankelijk voor vrouwen. Tegen betaling mogen toeristen ook naar binnen. Uit hout worden prachtig versierde huizen, beelden, kano’s, schilden, peddels, voedselschalen, trommen en gebruiksvoorwerpen gemaakt.